De Shanidar-grot in Iraaks Koerdistan houdt archeologen al tientallen jaren bezig. In de jaren vijftig vonden onderzoekers de resten van tien neanderthalers. Sommige skeletten vertelden opmerkelijke verhalen. Zo leefde een man vermoedelijk jarenlang met één blind oog, gehoorproblemen, artritis en een deels ontbrekende rechterarm. Niet bepaald ideale omstandigheden in een tijd waarin overleven iedere dag een uitdaging was.
Dat hij toch zo lang in leven bleef, suggereert dat zijn groepsgenoten hem hielpen. Neanderthalers waren blijkbaar niet alleen gespierde jagers, maar hadden mogelijk ook oog voor elkaar. Toen wetenschappers van de Universiteit van Cambridge in 2015 terugkeerden naar de grot, verwachtten ze weinig nieuwe ontdekkingen. Maar de bodem had nog een verrassing in petto: een onbekende neanderthaler, die de naam Shanidar A kreeg.
Een verdacht gat
De echte verrassing zat in het linkerschouderblad van Shanidar A. Daar ontdekten onderzoekers een bijna perfect rond gat van ongeveer 1,5 centimeter breed. Een klein gaatje met mogelijk een gruwelijk verhaal. Dat riep natuurlijk vragen op. Was het bot beschadigd tijdens de opgraving? Hadden plantenwortels of insecten ermee te maken? Of was hier 75.000 jaar geleden iets heel anders gebeurd?
Met microscopen en CT-scans gingen de onderzoekers op zoek naar antwoorden. Al snel bleek dat het gat waarschijnlijk rond het overlijden was ontstaan. Het bot vertoonde geen tekenen van genezing. Ook lagen er kleine botfragmenten onder het schouderblad. Eén daarvan paste precies in de opening. De onderzoekers concludeerden dat een scherp voorwerp waarschijnlijk vanaf de borstzijde door het lichaam was gedrongen. De vermoedelijke boosdoener? Een houten speer.

Een speer als moordwapen?
De ronde vorm van de beschadiging is een belangrijke aanwijzing. Stenen speerpunten laten doorgaans langwerpige of hoekige gaten achter. Een houten speerpunt past beter bij deze verwonding. Volgens het onderzoek, gepubliceerd in Scientific Reports, zou de speer een long en mogelijk grote bloedvaten hebben doorboord. Een dergelijke verwonding kan snel dodelijk zijn.
De plek van de inslag en de benodigde kracht wijzen mogelijk op een doelgerichte aanval. Maar wie gooide de speer? En waarom? Dat blijft voorlopig een raadsel. Misschien was er sprake van een gewelddadige confrontatie tussen neanderthalers. Een noodlottig jachtongeluk is echter ook niet uitgesloten. Van een bewezen prehistorische moordzaak is dus geen sprake. Wel zou Shanidar A het oudste bekende slachtoffer kunnen zijn van een dodelijke aanval met een houten speer.
Een taaie overlever
Shanidar A was bepaald geen onbekende met lichamelijke ellende. Lang voor de vermoedelijk fatale speerwond had deze neanderthaler al een flinke klap gekregen. Een onderste voortand bleek over de lengte te zijn gespleten. Slechts de helft was overgebleven. Normaal gesproken zou zo’n beschadiging het eten behoorlijk lastig maken. Toch leefde Shanidar A er nog lange tijd mee door.
Dat weten onderzoekers doordat zich tandsteen op de breuk had gevormd. Ook vertoonde de beschadigde tand duidelijke gebruikssporen. De eerdere verwonding kan het eten en communiceren moeilijk hebben gemaakt. Mogelijk sprongen groepsgenoten bij om Shanidar A door deze zware periode heen te helpen. Het beeld van de primitieve, ongevoelige holbewoner krijgt zo opnieuw een flinke deuk.
Lees meer: NASA zoekt sporen van leven op Mars, maar begint in Schotland
Zorg tot na de dood?
Ook na het overlijden lijkt Shanidar A niet zomaar ergens te zijn achtergelaten. Het lichaam lag achter een grote rots, op een plek waar uiteindelijk minstens vijf neanderthalers terechtkwamen. Dat roept de mogelijkheid op dat de grot een bijzondere betekenis had. Misschien gebruikten de bewoners deze plek bewust om afscheid te nemen van hun doden.
Een plotselinge overstroming spoelde later het grootste deel van het skelet weg. Een hand bleef dankzij de beschermende rots bewaard, met de vingers nog gebogen. Een klein, bijna ontroerend detail uit een wereld die 75.000 jaar achter ons ligt.
Menselijker dan gedacht
Volgens hoofdonderzoeker Emma Pomeroy laat Shanidar A twee kanten van het bestaan zien: zorgzaamheid en geweld. Eigenschappen die we maar al te goed kennen uit onze eigen samenleving, blijken mogelijk al diep in onze evolutionaire geschiedenis aanwezig te zijn. Opgravingsleider Graeme Barker omschrijft neanderthalers als een andere manier om mens te zijn. Hun bestaan herinnert ons eraan dat onze soort ooit niet alleen op aarde rondliep.
Misschien is dat wel het fascinerendste aan deze ontdekking. Achter dat beschadigde schouderblad schuilt geen anoniem fossiel, maar een individu dat pijn kende, verwondingen overleefde en mogelijk hulp kreeg van anderen. Of Shanidar A uiteindelijk slachtoffer werd van moord of een tragisch ongeluk, zullen we misschien nooit weten.

Lees ook: Boer vindt steen met hiërogliefen en stuit op twee kolossale faraobeelden