De opmerkelijke vondst werd gedaan in de Arendsee, een meer in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt. Onderwaterarcheologen ontdekten er verschillende houten voorwerpen met duidelijke sporen van menselijke bewerking. Vooral een houten paal van ongeveer 1,6 meter lang trekt de aandacht. Op het oppervlak zijn vermoedelijke kapsporen te zien. Ook kwamen gespleten planken van maximaal 1,3 meter lang boven water.
Een verrassing op de bodem
Dat klinkt misschien niet zo spectaculair, maar voor archeologen is het een kleine sensatie. Hout uit de middensteentijd, ook wel het mesolithicum genoemd, blijft namelijk vrijwel nooit zo lang bewaard. “Naast de gebruikelijke vondsten uit deze periode, zoals stenen werktuigen en dierenbotten, konden onze duikers spectaculaire houten voorwerpen bergen die uiterst zelden bewaard zijn gebleven”, vertelt archeoloog Harald Meller.
Lees meer: Slechts eens in de tien jaar? Camera legt uiterst zeldzame jaguar vast in de jungle

Bouwden ze toen al hutten?
De grote vraag is natuurlijk wat die houten onderdelen daar deden. Stonden er ooit hutten langs de oever? Waren het eenvoudige schuilplaatsen voor vissers? Of hebben archeologen een compleet onbekende bouwconstructie ontdekt? Dat wordt momenteel onderzocht.
Zo’n 10.500 jaar geleden leefden mensen in deze streek van de jacht, visserij en het verzamelen van voedsel. Landbouw bestond hier nog niet. Lange tijd werd aangenomen dat deze gemeenschappen vooral rondtrokken en weinig blijvende bouwwerken achterlieten. De vondst kan dat beeld veranderen. Als de palen en planken inderdaad bij een vaste verblijfplaats hoorden, zouden ze ongeveer 3.000 jaar ouder zijn dan de eerste grote boerderijen in Midden-Europa.
Een perfecte tijdcapsule
Maar hoe kan hout meer dan tienduizend jaar overleven zonder volledig te vergaan? Dat heeft alles te maken met de bijzondere bodem van de Arendsee. Onder het meer bevindt zich een zoutkoepel, waardoor de bodem door natuurlijke geologische processen langzaam wegzakt. Delen van de oorspronkelijke oever verdwenen hierdoor steeds dieper onder water. Het hout raakte beschermd door sediment en bleef zo duizenden jaren bewaard.
Waar vergelijkbare houten bouwwerken op het land allang zijn vergaan, liggen de resten hier nog altijd op de bodem. Een prehistorische tijdcapsule dus, verstopt onder twintig meter water.
Robot duikt het verleden in
Om de mysterieuze vindplaats verder te onderzoeken, schakelden archeologen moderne technologie in. Samen met het Fraunhofer-instituut in Ilmenau zetten ze een onderwaterrobot met geavanceerde sonarapparatuur in. Die brengt de oude oeverlijn in kaart en registreert nauwkeurig waar de houten onderdelen liggen. Zo hopen onderzoekers te achterhalen of de vondsten bij één constructie horen.
De Arendsee heeft al vaker archeologische verrassingen opgeleverd, waaronder oude visinstallaties en middeleeuwse boten. Maar deze ontdekking spant voorlopig de kroon.