Je hebt goede vetten en slechte vetten. Maar hoe weet je welke je aan het eten bent en hoeveel vet mag je waarvan? Het is maar een lastig verhaal met vetten, want ooit was alles wat ‘vet’ was, slecht. Tegenwoordig weten we wel beter en zijn er dus ook vetten die je juist wél moet eten. Die heeft je lichaam nodig.

Goede vetten bestaan

Als we horen dat ergens veel vet in zit, denken we eigenlijk automatisch dat dat slecht is. Want vet is slecht voor je, zo hebben we allemaal aangeleerd. In snacks zitten veel vetten, in hamburgers, in saus en in allerlei andere dingen waarvan we weten dat ze niet goed voor ons zijn. Maar gelukkig is het verlossende antwoord al een poosje boven tafel: niet alle vetten zijn slecht! Wat een opluchting. Het enige wat we nu nog moeten doen is erachter komen welke goede vetten er zijn en hoeveel vet we kunnen eten, toch? Gelukkig weten we al wat het verschil tussen goede en slechte vetten is.

hoeveel vet

Hoeveel vet mag ik eten?

Om te beginnen met de slechte verzadigde vetten, zeggen we vast dat je daar dus beter niet teveel van kunt eten. Het verhoogt het cholesterolgehalte in je bloed en dat vergroot de kans op hart- en vaatziekten. Daarom raadt het Voedingscentrum je aan niet meer dan 10% van je dagelijkse energie uit verzadigd vet te halen. Op een dieet van 2.000 – 2.500 kcal per dag, wat voor een man vrij weinig tot gemiddeld is, komt dat neer op 20-25 gram verzadigd vet. Voor het beeld van hoeveel vet je eet: een croissant bevat al 4,4 gram en een plak 48+ kaas al 5,9 gram. Om die reden is 30+ kaas bijvoorbeeld alweer een beter idee.

Goede vetten mag je iets meer eten en het wordt zelfs aangeraden die in je voedingspatroon te verwerken. Zorg dat je minimaal 8 gram en maximaal 33 gram onverzadigde vetten binnen krijgt per dag. En je bent al helemaal lekker bezig als je verzadigde vetten vervangt door onverzadigde vetten. Dus bijvoorbeeld niet bakken in vetten van een pakje boter, maar in olijfolie of vloeibare boter. Zo verklein je de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk.

Je hoeft niet elke dag te meten hoeveel vet je eet, maar het is lekker om de bron van goede vetten af te wisselen. Soms een avocado, soms een handje noten, en dan weer bakken in olijfolie. Met een normaal voedingspatroon krijg je genoeg onverzadigde vetten binnen en zelfs die broodnodige omega-3 vetzuren.