In de wetenschap moge het allang duidelijk zijn dat we niet alleen bezig zijn met het genezen van alle ellende (denk aan artrose, alzheimer of suikerziekte), maar dat we vaak ook gewoon op zoek zijn naar een verklaring of statistiek. Zo blijkt er uit onderzoek dat de tweede van het gezin altijd de relschopper is, de eerstgeborene de slechtste chauffeur en dat je door schelden een hechtere vriendschap creëert.

Het volgende onderzoek zal ook een hele openbaring zijn voor velen, wat blijkt; Jongens met oudere broers hebben meer kans (1.32 gemiddeld) om homoseksueel te zijn dan die met zussen, jongere broers of helemaal geen broers of zussen (0.96 gemiddeld). Het is nogal wat; maar in het onderzoek naar de familieachtergronden van 302 homoseksuele mannen en hetzelfde aantal heteromannen werd geconstateerd dat homoseksuele mannen gemiddeld meer oudere broers hebben dan heteroseksuele mannen.

“Voor elke oudere broer die een man heeft, neemt de kans dat hij homo is met 33 procent toe”, aldus de Canadese psycholoog Ray Blanchard van het Centre of Addiction and Mental Health in Toronto.

 

Studie

Verklarend is er vastgesteld dat vrouwen die meerdere keren zwanger worden van jongens progressief antilichamen opbouwen die hun toekomstige zonen in de baarmoeder zullen beïnvloeden. Deze antilichamen, gevormd als reactie op eiwitten die aanwezig zijn in mannelijke hersenen, kunnen leiden tot veranderingen in de hersenontwikkeling die de seksuele geaardheid beïnvloeden. Hoofdonderzoeker Tony Bogaert – die in juni 2006 ook al een onderzoeksrapport uitbracht – vertelde het volgende over zijn bevinding.

“Het lijkt erop dat sommige vrouwen tijdens hun eerste mannelijke zwangerschap, of net na hun eerste mannelijke geboorte, deze vreemde substantie (het NLGN4Y-eiwit) beginnen te detecteren en een immuunrespons beginnen te ontwikkelen. En dan later, met verdere mannelijke zwangerschappen, kunnen de hoge niveaus van antilichamen gericht tegen deze stof de ontwikkeling van de hersenen veranderen bij deze later geboren mannetjes.”

Nature vs. Nurture

De onderzoekers denken echter dat hun bevindingen verband houden met wat er in de baarmoeder gebeurt, in plaats van de effecten van het opgroeien bij oudere jongens. Desalniettemin is deze bevinding baanbrekend, omdat het suggereert dat homoseksualiteit niet puur door genetica wordt bepaald. De huidige studie draagt zogezegd bij aan de groeiende wetenschappelijke consensus dat homoseksualiteit geen keuze is, maar eerder een aangeboren predispositie.