Mocht je nog volledig in het duister tasten over de vraag wat nu werkelijk lekker is om te drinken tijdens de feestdagen, dan hebben wij het antwoord voor je: een Springbank malt whisky. Niet zo maar eentje, maar een van vijftig jaar oud. Met recht kun je spreken van een Heilige Graal onder de malt whisky’s.

Exclusieve Springbank whisky

Het gebeurd zelden dat een zeer oude en exclusieve whisky te koop wordt aangeboden, maar als het gebeurd, is het te hopen dat je het je kunt veroorloven. De Springbank die namelijk binnenkort wordt geveild zal je niet snel meer aantreffen en dus is het de moeite waard om je bankrekening te plunderen. Het is namelijk één van de 24 flessen die ooit zijn gebotteld van het bewuste vat. Waarom maar 24 flessen als een vat toch gauw tweehonderd liter bevat? Welnu, dat heeft dus alles te maken met de ‘angels share’. In dit geval is er dus aardig wat verdampt in de loop der jaren.

In 1919 gestookt

Terug naar het begin, 1919 om precies te zijn. Toen, nu meer dan een eeuw geleden, werd er whisky gemaakt door een kleine, onbekende ambachtelijke distilleerderij in een al even klein kustplaatsje. Ruim vijftig jaar later werd deze whisky gebotteld en anno 2021 zal één van die flessen worden verkocht bij veilinghuis Christie’s aan de hoogste bieder. Dat is dus een whisky met een verhaal. In 1919, net na de eerste wereldoorlog, werd de drank gestookt door een distilleerderij die later uit zou groeien tot een van de meest populaire producenten van de godendrank.

Springbank whisky

Campbeltown

Dat de bewuste whisky juist daar werd geproduceerd is niet zo heel vreemd, dat deden ze namelijk al eeuwen lang, om precies te zijn vanaf de 17e eeuw. Campbeltown was altijd al het epicentrum van de illegale whisky. Dat kwam voornamelijk door de ligging. Er was brandstof in overvloed aanwezig dankzij de florerende kolenmijnen, net als gerst en zuiver water. Als je dan ook nog weet dat de lokale bevolking niet vies was van wat extra bijverdiensten, zoals het smokkelen van whisky, dan weet je dat alle ingrediënten voor een succesverhaal aanwezig zijn.

Na verloop van tijd werd Campbeltown dus berucht vanwege de goede kwaliteit whisky en weldra kregen de distilleerderijen een voor een hun vergunning om voortaan legaal te kunnen stoken. Zo ook Springbank, de distilleerderij die in 1828 werd gestart door Archibald Mitchell. Binnen een paar decennia was Campbeltown de ‘Whiskyhoofdstad van de wereld’ geworden en de bevolking profiteerde er duidelijk van. Er wordt zelfs gezegd dat de 1.969 inwoners het meest vermogend waren van alle dorpen in Groot-Brittannië.

Terugval

Aan het begin van de 20e eeuw braken echter zware tijden aan. De oorlog, recessie en de Amerikaanse drooglegging hadden een duidelijk effect op de vraag naar whisky. Daar komt dan bij dat destijds de nabijgelegen mijn werd gesloten, men een tekort had aan eiken vaten voor de rijping van de whisky en de turfachtige smaak van whisky minder populair werd. Kortom, duidelijke problemen. Dit bleef niet zonder gevolgen en vele distilleerderijen in Campbeltown sloten hun deuren. Van de oorspronkelijk dertig stokerijen bleef er welgeteld slechts één over.

Whisky werd gedumpt

‘Het is ronduit een wonder dat er in 1919 iets werd gedistilleerd’, aldus Noah May. Hij is als hoofd van de afdeling Wine and Spirits van Christie’s direct betrokken bij de aanstaande verkoop van de nu al legendarische fles whisky. De vraag naar whisky bleef dalen en er werd zelfs meer whisky in het meer gedumpt dan er werd gebotteld. Als door een wonder was dat niet het lot wat de Springbank whisky trof. Blijkbaar had men het idee dat er mogelijk betere tijden zouden aanbreken.

Na 50 jaar was het perfect gerijpt

De Master Distiller van het bedrijf bleef echter elk jaar een monster nemen van het bewuste vat.  Zo vijftig jaar later was de drank volgens hem perfect om te bottelen. Het probleem was echter wel dat het vat geen tweehonderd liter bevatte, maar slechts voldoende voor 24 flessen. Daar staat tegenover dat de lange rijping op het eikenhouten vat heeft gezorgd voor een zeer intens aroma en een ongekende smaak. Tegenwoordig zijn we daaraan gewend. De standaard regel is nu juist dat een echt goede whisky bij voorkeur ook écht oud is. In 1919 was dat zeker niet het geval en was een whisky gewoon goed als de drank ook goed smaakte. De leeftijd was dus allesbehalve relevant. Dat is dan de verklaring waarom er zo weinig oude whisky’s te koop zijn uit die periode. Men dronk het gewoon op.

Monsterflesje bracht 6440 Britse Ponden op

Om je alvast een idee te geven van de waarde van zo’n oude whisky: recent werd een monster van dat van slechts 5cl geveild voor een bedrag van 6.440 Engelse Ponden. In 2013 werd overigens een fles van dezelfde batch van 24 flessen verkocht. Deze fles bracht 50.000 GBP op en in 2019 schoot de prijs van een andere fles naar 266.200 GBP. De fles die in december bij Christie’s wordt aangeboden – nummer vier uit de batch van 24 – bleef tot 1997 bij Springbank in de kelder liggen om vervolgens verkocht te worden aan een van de leveranciers van de koningin, Fortnum & Mason. Mocht je mee willen bieden, zorg dan voor een dik gevulde bankrekening.