De film Street Fighter uit 1994 is een goede kandidaat voor de meest domme actiefilm ooit. Toch blijft het heerlijk om ernaar te kijken – niet alleen voor jeugdsentiment. Dit is een zondagsfilm waar je met een biertje op de bank even alles vergeet. Echter is het verhaal achter deze goedkope film één om te onthouden. Bijna 25 jaar na dato laat regisseur Souza ons weten in een interview met The Guardian over het gekkenhuis genaamd: Street Fighter.

Street Fighter

Als deze kinderfilm ooit een documentaire krijgt is die waarschijnlijk voor achttien jaar en ouder. Grotendeels van het budget ging naar het inhuren van de acteurs Jean-Claude Van Damme (als Colonel Guile) en Raúl Juliá (als Bison). Hierdoor was er te weinig geld om de rest van de spelers te trainen voor de vecht scènes. Dit neemt problematische proposities aan als voor de één of andere reden sommige extra’s op de set echte messen gingen gebruiken tijdens het filmen. Door de ongeoefende choreografie kregen de meesten acteurs ook de nodige blauwe plekken. Ondertussen was er ook nog eens in het land waar ze filmde – Thailand – in 1994 een politieke coup aan de gang. Klinkt als de juiste middelen voor een ‘goede’ actiefilm.

Street Fighter film gewoonvoorhem 1

Jean-Claude Van Damme

De meester van de splits wist tijdens het filmen van Street Fighter per week een goede 10.000 dollar aan cocaïne door zijn neusgat te halen. Aangezien Van Damme de hoofdrol vertolkte was dit nogal een ‘klein probleem’ voor Souze. Onze favoriete Belgische actieheld meldde zich vaak ziek of kwam gewoon niet opdagen. Hierdoor moest de regisseur vaak onverwachts andere scènes gaan schieten. Toch was het eind goed al goed: Street Fighter brengt 105 miljoen op en Van Damme snoof in 1999 zijn laatste lijntje.

Is de Street Fighter goed of is die slecht? Dat is natuurlijk een kwestie van mening. Wij vinden hem heel vermakelijk. De Filmrecensent in de onderstaande video deelt deze mening niet, maar weet ons wel te vermaken met zijn argumenten.