Een supercar bouwen is een buitengewoon lastig en niet elk concept leidt tot een nieuw model. Sterker nog, veel ideeën worden afgewezen en zelfs als een idee het wel haalt, is het geen garantie op onverdeeld succes. Er gaat namelijk nogal wat mis. Sat wil niet zeggen dat het een aaneenschakeling van bloopers is, maar sommige supercars bleken regelrechte mislukkingen te zijn. De tien leukste en meest interessante mislukkingen laten we de revue passeren. Dit zijn 10 volledig mislukte supercars.

Lamborghini Jalpa (1981-1988)

De legendarische Italiaanse autofabrikant Lamborghini wordt vaak gezien als de godfather van de supercars. Tot op bepaalde hoogte klopt dat ook, maar dat wil niet zeggen dat de Italianen die naam cadeau kregen. Zo is de Countach legendarisch. De supercar met de V12 motor was echter zo gewild dat andere modellen geen schijn van kans hadden. Zo is de Lamborghine Jalpa afgegleden in de vergetelheid terwijl dat zeker niet aan de specs lag. Ondanks de lagere verkoopprijs, mede vanwege de minder krachtige V8-motor raakte men de wagen aan de straatstenen niet kwijt. Genoeg reden om ‘m in het rijtje van 10 mislukte supercars te plaatsen.

 

Dit bericht op Instagram bekijken

 

Een bericht gedeeld door Silodrome (@silodrome)

Vector W8 (1989-93)

Nummer #2 in het rijtje van mislukte supercars: de Vector W8. De Lamborghini Countach is de supercar die zo populair kon worden vanwege een bijzonder gegeven: de scherp gehoekte ‘Italian Wedge’-vorm. De schuldige is de legendarische ontwerper Marcello Gandini. Hij hield zich overigens niet alleen bezig met de Countach, ook andere modellen kregen dankzij hem een bijzondere uitstraling. Je zou dus denken dat hij een flinke bijdrage heeft geleverd aan menig Italiaans scheurijzer. Was dat maar waar. Zo heeft hij ook menig andere fabrikant geïnspireerd waaronder de Amerikaanse autofabrikant Vector Aeromotive Corporation. Hun Vector W8 leek rechtstreeks uit een sciencefictionfilm te zijn gekropen. Ondanks het futuristische uiterlijk bleek het geen commercieel succes te zijn en uiteindelijk zagen slechts 22 exemplaren het levenslicht.

BMW M1 (1978-81), 1 van de meest mislukte supercars

Een supercar van BMW? Jazeker! Ook de Duitsers weten hoe je een supercar moet bouwen en de eerste echte supercar van het wereldberoemde merk was de M1. Het probleem was echter dat de wagen wel de juiste auto was, maar dan net op het verkeerde moment. Bij het ontwerpen van de wagen ging men blijkbaar uit van de huidige wensen en ja, tijden veranderen en dus ook de smaak van de consument. Een bijkomend probleem was dat de regels veranderden voor de productie van straatauto’s op basis van de raceversie. Dat was niet alles. BMW had destijds een deal gesloten met Lamborghini maar financiële problemen van de Italiaanse fabrikant gooiden roet in het eten en de M1 mislukte faliekant.

DeLorean DMC-12 (1981-82)

Eén van de meest mislukte supercars is de DeLorean DMC-12. De DeLorean behoeft nauwelijks introductie. Het is een van de meest iconische auto’s dankzij het unieke uiterlijk. Mocht het je nog niks zeggen, de wagen werd ook gebruikt in ‘Back to the Future’. Je zou dus denken dat de auto met de opvallende deuren een doorslaand succes zou zijn. Niets is minder waar. Het begin verliep stroef en na talloze motoren te hebben geprobeerd werd gekozen voor de Peugeot V6 motor met 140 pk. Voor de Amerikaanse kwam er een aangepaste versie met 130 pk en dat bleek dus net de doodsteek te zijn. Na 9000 exemplaren werd de stekker er uit getrokken en stierf het project een zachte dood.

Jaguar XJ220 (1992-94)

De Jaguar XJ220 debuteerde in 1988 in Birmingham, Engeland, als eerbetoon aan de Jaguar XK120 uit 1948. Dit was slechts vier maanden na de overwinning tijdens de 24 uur van LeMans en het publiek was enthousiast. Klinkt goed en weldra kwamen de eerste bestellingen binnen. Talloze mensen deden een aanbetaling in de verwachting dat ze de trotse bezitter zouden worden van een supercar met vierwielaandrijving en een indrukwekkende  V12-motor. De teleurstelling was dan ook groot toen bleek dat het een tweewielaangedreven wagen met een V6 bleek te zijn. Tot overmaat van ramp zou de wagen nooit aan de emissienormen voldoen en had Jaguar ook productieproblemen. Ondanks de topsnelheid van ruim 340 km/u werd het nooit het grote succes waar men van droomde. Genoeg reden voor een plekje in deze lijst van mislukte supercars.

Lexus LFA

Ook Lexus staat in het rijtje van mislukte supercars. De Lexus LFA is mogelijk de beste Lexus die men ooit heeft gemaakt, maar zorgde ook voor talloze problemen. Het doel was een ​​compromisloze supercar om de strijd met Ferrari en Lamborghini aan te gaan. Dan moet je wel van goede huize komen en dat was niet het geval. Lexus spendeerde maar liefst tien jaar aan de ontwikkeling en dat bleek een dusdanige kostenpost te zijn dat het merk er bijna aan ten onder ging. Uiteindelijk kwam de wagen er wel, maar met een prijskaartje van 400.000 dollar was het verre van betaalbaar. Het gerucht gaat overigens dat men op elke verkochte wagen ongeveer een half miljoen moest toeleggen vanwege de hoge ontwikkelingskosten.

W Motors Lykan HyperSport (2013-17)

De 3,4 miljoen kostende Lykan HyperSport is een verhaal apart. In het meest positieve geval kan je spreken over een complete mislukking, maar de term oplichting zou niet geheel misplaatst zijn bij deze auto uit het rijtje van mislukte supercars. Het Libanese bedrijf W Motors toonde de Lykan HyperSport in 2013 en was de eerste hypercar die in het Midden-Oosten werd ontworpen en gebouwd. Met een prijskaartje van 3,4 miljoen dollar was het ook één van de duurste supercars destijds. Het probleem was niet zo zeer de populariteit van de wagen, hij schitterde immers in de Fast & Furious-film, maar de leverbaarheid. Het gerucht gaat namelijk dat het ding nooit is geproduceerd. Het testmodel was zo slecht ontworpen dat de zescilindermotor zeer snel opwarmde. Niemand heeft ooit de kans gekregen om met de auto te rijden en dus is het de vraag of de wagen ooit echt is verkocht.

Bugatti EB110 (1991-95)

De Bugatti EB 110 is een supercar die absoluut in deze lijst van mislukte supercars thuis hoort. De EB 110 legde de basis voor de revival van de Bugatti als onderdeel van de  Volkswagen Group, maar was een enorme flop. De Bugatti EB 110 werd in 1991 onthuld, maar een onverdeeld succes werd het nooit. Dat lag overigens niet aan de specs. De V12 was namelijk goed voor 552 pk en met een beetje mazzel accelereerde je van 0-100 km/h van 3,2 seconden. Ook de topsnelheid van 218 km/u was indrukwekkend te noemen. Het punt was dat Bugatti failliet ging en daar kon zelfs een supercar als de EB 110 weinig aan veranderen.

Ferrari F50

Kan een Ferrari mislukken? Vreemd genoeg is het antwoord op die vraag ja. De Ferrari 50 was de geplande opvolger van de F40 en moest het 50-jarig jubileum van Ferrari gaan opleuken. Overigens was er niks mis met de F50 en met de van de Formule 1 afgeleide V12-motor was ook niets mis. Toch werd het nooit een doorslaand succes. De wagen slaagde er niet in om echt indruk te maken en dat kwam vooral doordat de verschillen met de F40 minimaal waren. De F50 was nauwelijks sneller dan de F40 en ook had de V12-motor slechts één onderdeel gemeen met de F1-motor. Daar kwamen nog kleine problemen bij en dus hield het publiek het voor gezien en verdween de F50 langzaam maar zeker in de vergetelheid.

Edele M600 (2010-*)

Mocht je denken dat de Italianen grossierden in mislukkingen, richt je vizier dan ook even op Engeland. De Britse fabrikant Noble lanceerde ooit de M600-supercar in 2010 als concurrent van Ferrari en Lamborghini. Dat lijkt een goed idee, een beetje competitie is nooit verkeerd, ook niet in het hogere segment. Het probleem is dat een groot raadsel is of de wagen ooit echt is geproduceerd. Officieel is de Noble M600 nog steeds in productie, maar niemand weet of er ooit een exemplaar de fabriek heeft verlaten. Waarschijnlijk is die geheimzinnigheid omtrent de productie het gevolg van de relatief hoge verkoopprijs van 300.000 dollar. Voor dat bedrag koop je immers ook een supercar van een van de gevestigde merken.